maandag 2 mei 2011

Aussie Slang

Hoogblond, een paar kilootjes teveel en op hakken die ik zelfs naar het jaarlijkse Rode Kruis Gala niet aan zou doen. Haar kleding?
Ach, als je tot je 18e een schooluniform hebt moeten dragen heb je op dat gebied natuurlijk ook weinig smaak kunnen ontwikkelen.

Haar uitspraak doet denken aan PM Julia Gillard (of haar kleinkinderen ook zo zouden gaan praten, vroeg M's moeder zich af toen Julia onlangs het Nederlandse journaal haalde - nee er bestaat ook zoiets als ABE). Op vrijdag en maandag neemt ze regelmatig een sicky op (ziektedag, je krijgt er 10 per jaar betaald, de rest is voor eigen rekening) want op donderdag en in het weekend gaan de tinnies (blikjes bier) er in grote getale doorheen.

Waar we in Nederland Sjonnie & Anita hebben, hebben we hier Sheila. Al maanden probeer ik te acherhalen hoe de wederhelft heet, maar die kennen we hier niet, Sheila staat er alleen voor.

Dat Australië een onofficieel vocabulaire heeft waar geen online woordenboek tegen bestand is wist ik al toen ik voor vertrek het Aussie Ocker Alphabet in handen gedrukt kreeg. Dus keek ik niet vreemd op bij een uitnodiging voor een barbie (barbecue) en wist ik wat ik mee moest nemen als er om een Esky (coolbox) gevraagd werd. En Sheila? Die herkende ik meteen!

Docket (kassabon), ute (pick-up truck), togs (zwempak), tucker bag (lunchzakje), lolly (snoepje dus geen lollie), paddle pop (waterijsje), tea (diner), morning tea (koffie), thongs (slippers), kindie (kleuterschool), flat white (koffie verkeerd) en brekkie (ontbijt) stonden niet op het lijstje maar leerde ik in de praktijk tijdens mijn huis-tuin-en-keuken periode. Via de media pikte ik ook wel wat op dus ik begreep al snel dat een bloke een vent is en dat de Tokkies hier bogans heten.

Maar toen de ANU… Wat is dat toch met die honden hier, vroeg ik me af toen ik vandaag voor de tweede keer een email van iemand ontving die het over een dog's breakfast had. Inmiddels weet ik dat het gaat om een gekkenhuis, ofwel grote drukte. Aha. Ta? Thanks!

Is iemand O.S. dan bedoelen we overseas. Tot dat ie weer terug is in Oz (Australië). En als ie niet terug komt zijn we cross (ontstemd).

Alles went. I'll flick him an email, zeg ik tegenwoordig en onderaan zet ik cheers, ongeacht het tijdstip van de dag. Wat? Pretty intensive? Oh je bedoelt full on!

vrijdag 22 april 2011

Even bijpraten ...


Geen bericht is goed bericht. Hmmm ik vraag me eigenlijk af waar die kreet vandaan komt want in mijn ervaring geldt meestal het tegendeel. Net nu we dachten alles op de rit te hebben blijkt dat het huis dat we momenteel huren verkocht gaat worden.

Natuurlijk wisten we dat de kans bestond dat ons huurcontract niet verlengd zou worden. Maar long-term lease is schaars in Canberra dus er valt weinig te kiezen. Sinds twee weken is het iedere zaterdagmiddag 'open huis' met als hoogtepunt de veiling op zaterdag 7 mei. Dan zal blijken of we inderdaad moeten verkassen. Waarheen? Geen idee, de huizen die we tot nu toe op de markt zien enthousiasmeren ons niet om vast aanstalten te maken.
Enfin, we hebben altijd nog een hotel achter de hand dat bij uitzondering labradors accepteert.

Deze onzekere situatie en mijn nieuwe baan hebben helaas tot gevolg gehad dat we onze geplande trip naar België tot nader order hebben moeten uitstellen. De paaseieren worden dit jaar in Canberra gezocht. Net als met Kerst sla ik het hele gebeuren het liefst over maar de kinderen zijn vastbesloten: er moet en zal een
Easter Egg Hunt komen. Niet dat ze die nog niet gehad hebben overigens, sinds de paasvakantie vorige week van start ging vallen de uitnodigingen voor Easter Egg Hunts bij bosjes in de brievenbus. De chocola komt hen inmiddels de oren uit! Of men het concept van de gekleurde en versierde 'echte eieren' hier ook kent zal zondag blijken als we hier een paas-brunch organiseren. Daarna pakken we de koffers en vertrekken we voor een paar dagen naar Melbourne.

Wat er verder gebeurd is de afgelopen weken? De zomer heeft plaatsgemaakt voor de herfst en hoewel de temperaturen overdag nog boven de twintig graden zijn, koelt het 's avonds in noodtempo af. Open haard en kaarsen in plaats van barbecue. De kinderen hebben hun eerste term afgerond en zijn inmiddels helemaal thuis in hun nieuwe klassen en met nieuwe vriendjes. Er wordt niet meer gezeurd over de dagelijkse fietstocht naar school sinds ze beiden het Athletics Carnival (geen carnaval maar sportdag) wonnen en wij hen erop wezen dat ze vanwege het fietsen zo'n geweldige conditie hebben. Juffrouw Lisette houdt ze bij de les voor wat betreft Nederlands en vooral Fransje vindt dat geweldig. Ik ook en mijn betrokkenheid bij deze Dutch School in wording leidde onlangs tot een plaats in het bestuur van de Dutch Club om een en ander op die manier te verbinden en te versterken.

Het Engels van de kinderen is met sprongen vooruit gegaan en ik word regelmatig door hen gecorrigeerd op mijn uitspraak. Zelf dacht ik dat mijn Engels wel in orde was maar na een driedaags retraite aan de kust met mijn nieuwe collega's weet ik beter. Mijn woordenschat op het gebied van medisch onderzoek liet nog heel wat te wensen over, lang leve de online woordenboeken.

Maurits liep twee weken geleden met collega Marije de halve marathon in Canberra, binnen twee uur, een prestatie die naar meer smaakt … de Sydney marathon in september staat in de agenda.
Het hotel draait uitstekend en het nieuwe Italiaanse restaurant is momenteel de hit van Canberra.

Hond Saar doet het geweldig, ze geniet van de aandacht die haar hier als European Breed ten deel valt en heeft sinds kort een pleegdochter. Labrador Coco is nu een maand of drie en beiden genieten van elkaars gezelschap. Voor de duidelijkheid, het is een gelegenheidsrelatie want Coco is de nieuwste aanwinst van bevriende familie Mellink.

Samengevat ziet de afgelopen maand er als volgt uit:


Ofwel, het ritme zit erin maar dat neemt niet weg dat weg dat we iedereen heel graag even hadden willen zien deze periode!

zondag 20 maart 2011

Waarom schrijf je niets over Maurits?

Tja … ik weet het eigenlijk niet. Misschien omdat ik vind dat hij het zelf zou moeten schrijven. Dus bij deze: 'De Australische Hotellerie' door gastcolumnist Maurits.

Drie kwartier na het afgesproken tijdstip weten we het zeker; de nieuwe bar- medewerkster die nog zo enthousiast was tijdens het interview komt niet opdagen en zal ook nooit meer iets van zich laten horen: Welcome to Australia.

Hier in Canberra geen financiële crises of problemen om aan een baan te komen. Met een werkeloosheid van rond de 2% hebben werkzoekenden het voor het zeggen. Geweldig natuurlijk dat alles hier doorgaat alsof er in de rest van de wereld niets aan de hand is. Het hotel draait boven de 80% en dat is ruim 12% meer dan vorig jaar, met een kamerprijs die aanzienlijk hoger ligt dan gebudgetteerd. 
Maar wie checkt al die gasten in en maakt de kamers schoon?

Gelukkig waren de contacten met de lokale hotelscholen snel gelegd en kan ik inmiddels grotendeels vertrouwen op het enthousiasme van Australische hotello’s die inzien dat ze hier niet alleen een aardige bijverdienste hebben, maar ook nog wat extra bagage voor hun toekomst mee krijgen. Ook mijn Latijns Amerikaanse ervaring komt goed van pas: in het lokale Latino circuit werd al snel bekend dat je bij het Diamant hotel in het Spaans getraind wordt. En het hoofd huishouding, afkomstig uit Polen, verzucht regelmatig dat het een verademing is dat er hier een Europese wind is gaan waaien. 
Zo komen we er wel!

Maar de werkethiek blijft me verbazen: zo kent men hier bijvoorbeeld een opzegtermijn van twee weken, ook voor management functies. En die wordt nauwkeurig in acht genomen, geen dag extra! Kenmerkend voor Canberra als hoofdstad is dat het gros van de mensen werkzaam is bij overheidsinstanties. Vlakbij de entree van het hotel is een openbare parkeerplaats waar je maximaal twee uur mag staan. Iedere twee uur zie je een groepje overheidsmedewerkers naar beneden komen om hun auto te verplaatsen: je zou er maar tijd voor hebben.

Private sector en ook industrie ontbreken grotendeels en hoewel dat laatste heerlijk is voor de luchtkwaliteit, heeft het wel tot gevolg dat de gemiddelde werknemer aartslui is zolang het om inspanningen op werkgebied gaat. Als echte Nederlander doe ik hier veel op de fiets en als je dan halverwege de dag naar een afspraak fietst en om je heen kijkt, lijkt het wel of je de enige bent die aan het werk is. De hoeveelheid mensen die wandelt, jogt of zomaar op bankjes zit is ongekend. De baas vindt alles best zolang je maar acht uur per dag aanwezig bent. Dus men begint lekker bijtijds, neemt lang pauze om te sporten of is gewoon om een uur of drie weer vertrokken. Voor het vinden van de juiste work-life balance heeft men hier in ieder geval geen cursus nodig.

Met een dergelijke werkmentaliteit is het duidelijk dat service hier een nieuw-te-introduceren begrip is. En al heb ik het qua eigen personeel inmiddels aardig op de rit, service van leveranciers blijft ver te zoeken. Een voorval dat me bijgebleven is, was dat er op een ochtend onaangekondigd drie mannen binnen kwamen in de ontbijtruimte die zonder verdere introductie begonnen met hun nogal luide werkzaamheden. Toen ik een aantal (Australische) gasten excuses aanbood voor de geluidsoverlast was hun spontane reactie: “wees maar blij dat er überhaupt iemand komt opdagen…”

Enfin, na mijn ervaringen in Costa Rica, Ghana en Mexico ben ik natuurlijk maar wat te blij dat blijkt dat ook in Australië niets vanzelfsprekend is. Juist die uitdagingen maken dat de mogelijkheden hier met de juiste hotello-werkmentaliteit voor het oprapen liggen!

maandag 14 maart 2011

Canberra Day

Terwijl het vuurwerk en de concerten ter ere van Australia Day nog nagalmen over Lake Burley Griffin, dient de volgende gelegenheid voor een feestje zich alweer aan: de verjaardag van Canberra.

Op zaterdag 12 maart was het 98 jaar geleden dat de eerste steen gelegd werd tijdens de ceremonie waarin Canberra haar naam kreeg. Kamberra, 'ontmoetingsplaats' in
Ngunnawal language, de taal van de oorspronkelijke inwoners van dit gebied, vormde de inspiratie. Op een handvol kolonisten na, die hier vanaf 1820 schapen hielden, was er tot die tijd zo goed als niets.

Aangezien Sydney en Melbourne elkaar de eer niet gunden, werd in 1908 besloten halverwege beide steden een nieuwe hoofdstad te bouwen. Een ontwerpwedstrijd ging aan de eerste steenlegging vooraf. Geestig zijn de schetsen uit die periode, waarmee architecten van over de hele wereld hun visie gaven op wat de hoofdstad van Australië zou moeten worden. Als het aan de Italiaanse deelnemers gelegen had, hadden we nu in een soort Venetië aan Lake George gewoond. Enfin, dat meer staat al jaren droog dus die gondeltochten hadden we sowieso kunnen vergeten.

Landschapsarchitect Walter Burley Griffin uit Chicago kwam als winnaar uit de bus. Niets mediterrane sfeer, Washington diende als voorbeeld. Vanwege de Eerste Wereldoorlog duurde het even voordat zijn plannen werden verwezenlijkt. Er werd zelfs overwogen af te zien van het hele project. Maar in 1927 verhuisde het federale parlement dan toch van tijdelijk onderkomen Melbourne naar Canberra.

Interessant detail is dat Canberra als hoofdstad niet aan de grondwettelijke eis voldeed om toegankelijk te zijn vanaf de zee.

Om hieraan tegemoet te komen is het Jervis Bay Territorium in het zuiden van de aangrenzende staat Nieuw-Zuid-Wales aan het Australian Capital Territory toegevoegd. Drie uur rijden, maar feitelijk wonen we dus aan het strand.

Een vrije dag die in het weekend valt, daar houden we hier niet van, dus dit jaar wordt Canberra Day gevierd op maandag 14 maart.
Onder andere. Want van 11 tot 20 maart is het hier iedere dag prijs: concerten, theatervoorstellingen, een luchtballon-festival,
full-entertainment programma's voor de kinderen in het park en natuurlijk spectaculair vuurwerk. Waar men het van doet? Geen idee, maar ik houd mijn hart vast voor het 100-jarig bestaan.

zondag 6 maart 2011

Job Hunt (2)

Ik heb een baan. Niet zomaar een baan, nee, de baan.

Geduld blijkt ook in Australië een schone zaak. Want we hebben het hier nog steeds over de '
beoogde werkgever' waar ik eind oktober een eerste gesprek mee had. Maanden heeft dit proces geduurd, niet in de laatste plaats omdat de baan nog niet bestond. Hetgeen mij aanvankelijk uitstekend uit kwam met het oog op zeven weken zomervakantie-zonder-opa's-en- oma's om de hoek. Maar toen het begin van het nieuwe schooljaar naderde had ik er genoeg van.
Onze bankrekening ook trouwens. Tijd voor actie. Met resultaat.

Twee weken geleden ben ik begonnen. Want toen het eenmaal rond was zag men mij liever gisteren dan vandaag starten. Een weekje heb ik het nog weten te rekken. Want als je weet dat je een baan hebt, zijn de dagen die je resten opeens 'vakantiedagen' in plaats van 'zomaar' dagen. En daar wil je natuurlijk wel van genieten.

The Australian National University. Een stad binnen een stad. Na ruim een half jaar dacht ik het hier allemaal gezien te hebben maar ik kijk mijn ogen uit. De campus is uitgestrekt over 145 hectare in het centrum van Canberra. Vijf minuten lopen van het Diamant Hotel. Theoretisch gezien zouden Maurits en ik kunnen carpoolen. Of fiets-poolen. Ware het niet dat we onze tijd nu efficiënt verdelen tussen werk en kinderen en ik dus vroeg start en Maurits laat eindigt. Fulltime, dat betekent bij de ANU 35 uur. Met een continue-rooster zonder vrije woensdagmiddag voor de kinderen behoort dat opeens tot de mogelijkheden. Ideetje voor NL?!

Ruim drieduizend collega's heb ik, verspreid over 200 gebouwen. Restaurants, winkels, banken, sportvelden, tennisbanen, een fitnesscentrum, een jogging- en een heritage trail. Want ontstaan in 1948, dan val je in Canberra (sinds 1913) al snel onder monumentenzorg. Bij zijn afscheid afgelopen week, noemde de Vice-Chancellor het een voorrecht om tien jaar lang in een botanische tuin gewerkt te hebben. En dat is het ook. Een geweldige werkomgeving.

Ik had een paar dagen bedenktijd nodig toen men mij begin december vroeg of ik geïnteresseerd zou zijn in het ontwikkelen en implementeren van een
philanthropic engagement plan ten behoeve van de John Curtin School of Medical Research (JCSMR). Filantropisch klonk behoorlijk soft en medisch onderzoek? Hmm. Filantropie blijkt echter een miljoenen business die ook als zodanig benaderd dient te worden en na een lezing van iemand die zich bezighoudt met onderzoek naar een HIV vaccin was ik verkocht.
Een zinvolle klus in een bijzonder interessante omgeving.

Twee nobelprijs winnaars bracht JCSMR voort. Op de plaats van de oorspronkelijke laboratoria staat sinds kort een super geavanceerd gebouw. Met apparatuur waarmee je genen kunt ontleden. Voor de vloeistof die daarvoor gebruikt wordt betaal je 1 miljoen (AUD) per liter. Gaat niet in een keer op hoor. Het ziet er roze uit en zit in een plastic container van het type waarin hier ook de melk zit. Een miljoen! Maar het is als een ziekenhuis zonder dokters: het geld voor onderzoek ontbreekt grotendeels. Niet in de laatste plaats vanwege de misvatting dat JCSMR volledig gesubsidieerd wordt door de Australische overheid. Met het gevolg dat filantropische organisaties hun miljoenen elders neerleggen. Aan mij de taak om daar iets aan te gaan doen.

En dus ontvang ik via het interne systeem email berichten waarin mij (en de overige 399 medewerkers van JCSMR) gevraagd wordt of ik een
millipore--Amicon Ultra-15 Centrifugal Filter Unit of 10K cut-off
te leen heb, of ervaring heb met het gebruik van een mouse cage that leaves space for two water bottles voor het uitvoeren van een sucrose preference test. Bij de instructies van de safety-coordinator let ik toch maar even op, want van radioactief materiaal tot de meest enge virussen en gassen, we hebben het allemaal onder een dak. En nee, daar ontvang ik geen gevaren-toeslag voor!

De Australische werkmentaliteit? Mijn onderzoek op dat gebied bevindt zich in een dermate prematuur stadium dat ik daar nog geen zinnig woord over kan zeggen. Maar mijn eerste Zumba les tijdens de lunch heb ik inmiddels achter de rug. Onder het motto 'teambuilding'. Dat hadden we zelfs in Costa Rica niet. Ik voel me als een vis in het water, 'beoogde werkgever' blijkt het wachten waard.

woensdag 9 februari 2011

Back to School

Afgelopen maandag was het zover. Begin van het nieuwe schooljaar. Na een half jaar acclimatiseren in het internationale klasje van Hughes primary school is het nu tijd voor het echte werk op 
St. Benedicts. Om de hoek dus op de fiets. In uniform. 
Reimer in year 1 en Fransje in year 3.

De zenuwen stralen er vanaf. Letterlijk. Als ik naast Fransje sta terwijl ze haar tanden poetst voel ik haar buikpijn. Gelukkig is het ook voor haar juf allemaal nieuw. Gedeelde smart is halve smart. Reimer treft een boom van een kerel aan voor de klas. Uitstekend als ik de hoeveelheid ondeugende jongenskoppies in die klas zo zie.

De score op de schaal van 1 tot 10 is "9" volgens Fransje. Reimer geeft een "100" voor dag 1. Voor mij is er huiswerk. In de nieuwsbrief lees ik dat de school ernaar streeft dit jaar de stap naar het digitale tijdperk te zetten. Hoogste tijd bedenk ik terwijl ik mij een weg zoek door de gekleurde vellen papier waarop ik lunch moet bestellen, toestemming moet geven voor deelname aan de zwemwedstrijd volgende week en een lijst met benodigde schoolartikelen moet afvinken. Om het vakantieritme nog even vast te houden duiken we 

's middags in het zwembad en barbecuen we totdat het donker is.

Dag twee is minder succesvol. Het nieuwtje is er af en nu wordt het serieus. En serieus is niet altijd leuk. Want waar er op Hughes rekening werd gehouden met het feit dat kinderen een internationale achtergrond hebben, is het hier
all Aussie. Tranen van frustratie over opdrachten die niet begrepen worden, klasgenootjes die niet verstaan worden en stickers die verdiend zijn maar niet uitgedeeld worden. 
Het enige lichtpuntje is de Nederlandse les van juffrouw Liset. Maarja, dat was maar een uurtje. Bij thuiskomst een dikke envelop met stickers van opa en oma uit Den Haag in de brievenbus. 
Dat scheelt. Als we bij het zwembad een aantal zojuist-gearriveerde Duitse kindjes van hun leeftijd ontmoeten klaren ze weer op, 
ze hebben hun gelijken weer gevonden.

Dag drie. Het kost vandaag wat meer overtuigingskracht om ze mee te krijgen. Al mijn charmes gooi ik in de strijd om in de tien minuten voordat de school begint vrienden te worden met de leerkrachten, de moeders en de beoogde vriendjes en vriendinnetjes. Ondertussen onderwijs ik sociale vaardigheden voor beginners. "Maar ik ga toch niet liegen" werpt Fransje tegen als ik voorstel dat ze haar klasgenootjes kan complimenteren met hun schoenen, haarband of schooltas om op die manier contact te krijgen. Ik kijk nog eens goed. Inderdaad, iedereen heeft hetzelfde aan en daarbij ziet het er eigenlijk niet uit. Het voor- en nadeel van een uniform. Ik suggereer het informeren naar vakantie-ervaringen, gezinssamenstelling, woonplaats. "Ik hou gewoon mijn mond" is het antwoord. OMG.

Wat heb ik mijn toekomstige werkgever verwenst voor het vertragen van een proces dat wat mij betreft al in december afgerond had kunnen worden. Maar wat ben ik blij dat ik er nog even voor F en R kan zijn in deze cruciale eerste weken. Leuk is het niet, 

maar noodzakelijk wel. "Het komt allemaal goed" zeg ik keer op keer. 
Niet alleen tegen de kinderen maar ook tegen mezelf.

dinsdag 1 februari 2011

Hoe warm is warm?

De mussen vallen van het dak. Zouden van het dak gevallen zijn als ze hier waren. Maar in hun plaats papegaaien en magpies die nergens van opkijken. Achtendertig graden. Da's warm. Zelfs hier spreekt men van een hittegolf. Waar 'hittegolf' in Nederland staat voor een periode van ten minste vijf aaneengesloten dagen waarop de maximum-temperatuur 25 ºC of meer bedraagt en op ten minste drie van die vijf dagen de 30 graden passeert, legt men de lat hier iets hoger. Vijf aaneengesloten dagen boven de 35 graden. Of drie dagen boven de 40. U mag kiezen. In dit geval gelukkig het eerste.

Aanvankelijk koelden we af in The Manuka Pool. Het leverde Fransje een prominente plaats in The Canberra Times op. 'Fransje de Graeff from Griffith', integratie geslaagd! Toen de rest van Canberra dit best-bewaarde geheim van de stad ook leek te ontdekken na een artikel over het 80-jarig bestaan vorige week, sloegen we onze vleugels uit naar minder voor-de-hand liggende plaatsen. Er blijkt rondom Canberra een schat aan rivieren met een soort zwemvijvers te liggen. Gegarandeerd spannende onderstroom in een idyllische omgeving. Zelfs hond Saar is welkom. We hebben ze allemaal getest deze week. Vriendjes, picknick en surfplanken mee, de kinderen leken de vakantie van hun leven te hebben.

En opeens hadden ze er genoeg van. "Moeten we vandaag zwemmen?" vroeg Fransje vanochtend. Terwijl ik de alternatieven opsomde (oorlogsmuseum, bioscoop, schoolschoenen uitkiezen -die zijn hier zwart of zwart en er is één jongens- en één meisjesmodel-), zette ze de airconditioning aan en begon aan een puzzel van slechts 1500 stukjes. Verslavend. Heat wave? Is vandaag totaal aan ons voorbijgegaan. Soms hoeft warm helemaal niet warm te zijn.